De term “fons honorum”

In de literatuur over adel wordt regelmatig de term “fons honorum” gebruikt. Uitgereikte (adellijke) titels en decoraties worden pas als “echt” gezien als de verlenende persoon of instantie een fons honorum heeft. Mij is nooit geheel duidelijk geworden wat hieronder binnen een juridische context wordt verstaan. In een Italiaanse zaak, de zogenaamde Paterno-case, wordt wel duidelijk dat het al dan niet hebben van een fons honorum van groot belang is als het gaat om misleiding en fraude bij het verlenen van onderscheidende kwalificaties als “baron” en “ridder in de Orde van (…)”.

Juridische positie

De term “fons honorum” ben ik niet tegengekomen in nationale of internationale wetgeving. De verschillende definities hebben dan ook geen actuele juridische grondslag. Fons honorum is naar mijn mening gekoppeld aan het internationaal staatsrechtelijke beginsel van soevereiniteit omdat het recht om eerbewijzen te verlenen naar zijn aard een vorm van erkenning impliceert door een staat. Voor een definitie van het begrip staat wordt vaak artikel 1 van de Conventie van Montevideo aangehaald (Convention on the rights and duties of states; Montevideo, 26 december 1933 (165 LNTS p. 19). Het betreft hier de bekendste formulering van de criteria voor het ontstaan van een staat; Werner 2007, p. 166):

The state as a person of international law should possess the following qualifications: (a) a permanent population; (b) a defined territory; (c) government; and (d) capacity to enter into relations.

In de onderlinge relaties tussen staten betekent soevereiniteit dat staten niet in een hiërarchische verhouding tot elkaar staan, maar dat zij in juridische zin aan elkaar gelijk(waardig) zijn (zie ook: art. 2, eerste lid, Handvest van de VN: “De Organisatie is gegrond op het beginsel van soevereine gelijkheid van al haar leden”).

Om een idee te krijgen wat van overheidswege wordt verstaan onder fons honorum, kan aansluiting worden gezocht bij hetgeen de Britse regering hieronder verstaat (http://www.royal.gov.uk): “As the ‘fountain of honour’ in the United Kingdom, The Queen has the sole right of conferring all titles of honour, including life peerages, knighthoods and gallantry awards.” Een en ander hangt natuurlijk af van de Britse wetgeving op dit punt.

De koningin wordt daar dus gezien als degene die door de regering erkend wordt als de enige functionaris (het staatshoofd) die dergelijke kwalificaties kan toekennen. De staat erkent in dit geval dus het fons honorum als een recht. Met betrekking tot afgezette staatshoofden ligt dit naar mijn mening anders. Als er geen enkele regering hun fons honorum erkent, is er juridisch (staatsrechtelijk) geen sprake van een erkenning van een fons honorum. Als er wel een regering is die het fons honorum erkent, doet deze erkenning niet onder voor de erkenning van andere regeringen. Als bijvoorbeeld de regering van Ghana het fons honorum van de heer Jansen om adellijke titels te verlenen erkent, doet deze erkenning (in het licht van art. 2, eerste lid, Handvest van de VN) staatsrechtelijk niet onder voor een erkenning door de Nederlandse regering. Maatschappelijk kan dit anders liggen omdat historisch gezien de heer Jansen waarschijnlijk niet een dergelijk recht heeft. Een staatsrechtelijk erkend fons honorum brengt met zich mee dat ook dergelijke verleende eerbewijzen staatsrechtelijk erkend zijn en dus dezelfde juridische waarde hebben als een eerbewijs van een traditionele Europese regerende vorst.

Case studie

In een zeer interessant proefschrift (The legitimacy of Orders of St. John: a historical and legal analysis and case study of a para-religious phenomenon, Leiden 2006) over internationale ridderordes, beschrijft H.J. Hoegen Dijkhof hoe een Italiaanse prins uit het huis Paternò Castello strafrechtelijk werd vervolgd voor het verlenen van adellijke titels. Er zou sprake zijn van fraude bij de verlening hiervan. De prins werd in 1952 vrijgesproken. Een belangrijke overweging was dat Frans II der Beide Siciliën (1836-1894) het fons honorum in 1860 had erkend. Hieruit blijkt naar mijn mening dat de een staatsrechtelijke erkenning noodzakelijk is om van een fons honorum te kunnen spreken.

Conclusies

Met het voorgaande beoog ik niet een compleet beeld te geven van de term fons honorum. Wel meen ik dat de term vaak niet voldoende zorgvuldig en eenduidig wordt gebruikt. Mijn conclusie is dat alleen van een fons honorum in juridische zin gesproken kan worden als dit door een staat wordt erkend. Gelet op de soevereiniteit van staten geldt een dergelijke erkenning dan als gelijkwaardig ten opzichte van erkenningen door staten met een traditie op dit punt. Ik kan mij ook voorstellen dat een algemeen als gezaghebbend geziene autoriteit een fons honorum kan erkennen. De juridische gevolgen lijken mij echter minder sterk omdat de rechters – als een discussie mocht ontstaan – hieraan niet gebonden zijn. Hoe dan ook, het blijft een ingewikkelde maar interessante materie waarover het laatste woord zeker nog niet is gezegd.

Advertenties