Lex Salica

Als het gaat om de erfopvolging binnen vorstenhuizen, wordt regelmatig een beroep gedaan op de zogenoemde Lex Salica. De Frankische koning Chlodowich I (Clovis) gaf tussen 507 en 511 de opdracht de zogenoemde Lex Salica op schrift vast te leggen. Het is interessant na te gaan in hoeverre een beroep hierop gerechtvaardigd is.

Verspreiding van de Lex Salica

De Salische Franken kwamen in 358 het Romeinse Rijk binnen bij Toxandrië (een gouw die zich uitstrekte van de Kempen in het zuiden tot de Maas in het noorden). In 440 stichtten ze een koninkrijk met als centrum Doornik. Ze breidden hun rijk steeds verder uit naar het zuiden. De Salische Franken leefden voorafgaande aan de Grote Volksverhuizing rond de IJssel, maar zij verplaatsten zich later naar het tegenwoordige Vlaanderen en Frankrijk. Onder Karel de Grote werden stammen in Duitsland, Zwitserland en Noord-Italië onderworpen. Hierdoor kwam een groot deel van West-Europa onder de Salische Wet (zie het proefschrift van W. J. D Boone, De Franken van hun eerste optreden tot de dood van Childerik, Groningen 1954).

Weer actueel

Ten aanzien van de troonopvolging gold lange tijd dat het rijk van de overleden vorst gelijkelijk onder zijn zoons werd verdeeld. In de 11e eeuw kwam de erfopvolging via primogenituur in hoog tempo op. De lex salica was een van de zogenoemde leges barbarorum. Dit betreft een optekening van het stamrecht van de Salische Franken. Een relatief klein onderdeel daaruit betrof de uitsluiting in het burgerlijk recht van vrouwen bij de vererving van onroerend goed. Als in de context van erfopvolging een beroep wordt gedaan op “de Salische wet”, heeft dit meestal alleen betrekking op deze rechtsregel.

Hoewel de Salische wet in de latere middeleeuwen in de vergetelheid is geraakt, is deze wet, voor wat betreft de troonopvolging, weer actueel geworden bij de Honderdjarige Oorlog (een reeks conflicten tussen Engeland en Frankrijk in de periode tussen 1337 en 1453). Deze oorlog begon in  1337 toen de Engelse koning Edward III zichzelf benoemde tot ‘koning van Engeland en Frankrijk’. De grondslag van deze aanspraak berustte op  het feit dat Edward III via zijn moeder afstamde van Filips IV van Frankrijk, die geen mannelijke opvolger had. De Fransen deden daarop een beroep op de Salische erfopvolging, waarbij de troon niet via de vrouwelijke lijn kon worden geërfd. Na Jeanne d’Arc en de overwinning bij Orléans (1429) werden de Engelsen uit Frankrijk verdreven (zie: J.A. Wagner, Encyclopedia of the Hundred Years War. Westport CT 2006). De Salische erfopvolgingswet werd daarna een essentieel onderdeel bij de erfopvolging van het Franse koninkrijk en later ook bij andere monarchieën.

Gevolgen

Bij het overlijden van koning Willem III der Nederlanden in 1890, kon zijn dochter prinses Wilhelmina, als gevolg van de Salische Wet geen aanspraken maken op de Luxemburgse troon. Er werd gekozen voor een mannelijke opvolger uit het Huis Nassau-Weilburg, Adolf van Luxemburg. In Belgie heeft de Lex Salica met betrekking tot de uitsluiting van vrouwen van de troonopvolging, relatief lang standgehouden. Pas in 1991, werd dit beginsel uit de destijds geldende Grondwet verwijderd. De ‘altijd durende uitsluiting van de vrouwen en van hun nakomelingschap’ in artikel 60 maakte toen plaats voor het neutralere ‘natuurlijke en wettige nakomelingschap, in rechte lijn en volgens eerstgeboorterecht’.

Conclusies

De originele Lex Salica heeft in loop van de eeuwen veel wijzigen ondergaan en is eigenlijk alleen van toepassing als deze ook in de grondwet van de desbetreffende staat is overgenomen. Dit is veelvuldig het geval (zelfs in Japan). Bij discussies over de rechtmatigheid van claims van troonpretendenten is een beroep op “de Lex Salica” in beginsel niet gefundeerd omdat deze al sinds de latere middeleeuwen niet meer van toepassing is. Het geldende troonopvolgingsrecht bij het overlijden of gedwongen aftreden van de laatste regerende monarch moet doorslaggevend zijn.

Advertenties