Is het in Duitsland strafbaar om ten onrechte een adellijke titel te voeren?

Duitsland, dat moet worden beschouwd als rechtsopvolger van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie, heeft de adel als stand in 1919 bij wet afgeschaft. Artikel 109, derde lid, tweede volzin, van de Grondwet van de Republiek Weimar van 1919 Weimarer Reichsverfassung) luidt immers als volgt: “Öffentlich-rechtliche Vorrechte oder Nachteile der Geburt oder des Standes sind aufzuheben. Adelsbezeichnungen gelten nur als Teil des Namens und dürfen nicht mehr verliehen werden”. Openbare voorrechten van geboorte en stand zijn middels deze bepaling sedertdien blijvend opgeheven. Onder meer de voorheen adellijke titel “Freiherr” maakt vanaf 1919 uitsluitend onderdeel uit van de geslachtsnaam. De overgang van dit onderdeel van de naam wordt in Duitsland niet beheerst door adelrechtelijke bepalingen, maar door regels van naamrecht, zoals geregeld in het Bürgerliches Gesetzbuch. De vraag kan worden gesteld hoe het zit met het onterecht voeren van adellijke titels in Duitsland.

Onrechtmatig handelen?

De vraag of iemand al dan niet als adellijke naamsdrager moet worden aangemerkt is een kwestie van meningsuiting, die op grond van Artikel 5 Abs. 1 Grundgesetz für die Bundesrepublik Deutschland beschermd is (vgl. Oberlandesgericht Frankfurt 2009). Omdat in Duitsland de adellijke titel wordt gezien als een naamsonderdeel, kan ook niet de vraag worden gesteld naar het al dan niet voeren van een adellijke titel of adellijke naam, maar moet de rechtsvraag worden beperkt tot de vraag of al dan niet een juiste naam worden gebruikt en wat de gevolgen zijn als dit niet het geval is.

In Duitsland is – net als in Nederland in artikel 1:8 BW (1) – ook het voeren van een naam van een ander beschermd als daardoor verwarring ontstaat (§ 12 Satz 1 Fall 2 BGB). Het voeren  van adelspredicaten is daarom in Duitsland alleen verboden als iemand de schijn wekt dat hierdoor ideële of economische banden aanwezig zijn met een persoon die de adelsnaam gebruikt.

Strafbaar feit?

Op grond van § 132a Absatz 1 Nr. 1 Strafgesetzbuch wordt gestraft de persoon die onbevoegd een Duitse of buitenlandse ambtelijke onderscheiding of dienstonderscheiding, academische graad, titel of openbare waardigheid voert, ofwel vergelijkbare onderscheidingen, graden en titels die tot verwarring hiermee kunnen leiden (§ 132a Abs. 2 StGB).

Het strafbare feit van § 132a StGB bevat niet elke onbevoegde aanspraak op een titel of een beroepsaanduiding. Voor strafbaarstelling moet de dader een inbreuk maken op het door § 132a StGB beschermde rechtsgoed. In het bijzonder gaat het daarbij er om dat iemand’s vertrouwen wordt gewonnen die voor het slachtoffer tot schadelijke gevolgen leidt. Het enkele misbruik waardoor iemand een valse schijn wekt is niet strafbaar. Doorslaggevend voor de afwezigheid van een strafbaar feit in geval van onterecht gevoegde adellijke titels, is dat binnen- en buitenlandse adelstitels niet door § 132a StGB worden gedekt.

Wel is de opgave van een onjuiste (adellijke) naam tegen een bevoegde ambtenaar een overtreding; § 111 van het Gesetz über Ordnungswidrigkeiten (OWiG). Omdat het beschermde rechtsbelang alleen de vaststelling van de identiteit is tegenover de staat, is het opgeven van een (historisch) onterechte adellijke titel niet strafbaar als de identiteit van de betrokkene voldoende duidelijk is. De desbetreffende overtreding heeft dus geen zelfstandig doel.

(1) Hij die de naam van een ander zonder diens toestemming voert, handelt jegens die persoon onrechtmatig, wanneer hij daardoor de schijn wekt die ander te zijn of tot diens geslacht of gezin te behoren.

Advertisements