Studie over echte en minder echte ridderorden

Op de website van de Rijkuniversiteit Groningen wordt vermeld dat de Jhr. Ing. Tom Versélewel de Witt Hamer bezig is met een interessant promotie-onderzoek, genaamd: “A sociological study of the functioning of contemporary Orders of Chivalry in the Kingdom of the Netherlands“. In deze aankondiging, waar natuurlijk inhoudelijk niet al te zwaar aan mag worden getild, staat vermeld (mijn onderstreping):

“Nowadays, the Dutch orders of chivalry are the recognized successors of the old religious military orders from the time of the crusades, not to be confused with orders of knighthood, which are state merit orders. Chivalry is a criterion of the Dutch Supreme Council of Nobility. It refers to a noble order which has formulated a clear admission policy in its charter like the Order of Saint John in the Netherlands and the Order of Malta. Any organization in the Netherlands is free to call itself an order of chivalry, although the guidelines of the Supreme Council of Nobility state that it will belong to the unrecognized orders.”

Is dit wel juist, kan men zich afvragen?

Johanniter Orde

Het is in deze blog wat onzinnig om diep in te gaan op de geschiedenis van de verschillende Orden die zich als Orde van Sint Jan presenteren (of iets wat hier op lijkt) omdat hierover al zeer veel is geschreven. Eigenlijk is in verband met betrekking tot oorsprong van de Johanniter Orde in Nederland een enkel feit van belang. De Johanniter Orde in Nederland bij Koninklijk Besluit no. 33 van 5 maart 1946 gesticht, na het verbreken van de banden met de Duitse Johanniter Orde. Een opvolger van de Orde die in de middeleeuwen bekend stond als Orde van Sint Jan is het zeker dus niet. Het is niet integer dat de Orde de illusie propageert een oude Orde te zijn. Eerlijker zou het zijn om te spreken van een Orde die de ridderlijke traditie probeert hoog te houden. Daarvan zijn er echter honderden.

SMOM

De “Sovereign Military Hospitaller Order of Saint John of Jerusalem of Rhodes and of Malta” (Italiaans: “Sovrano Militare Ordine Ospedaliero di San Giovanni di Gerusalemme di Rodi e di Malta”) wordt door de onderzoeker (voorlopig althans) kennelijk ook gezien als een opvolger van de Orde uit de tijd van de kruistochten. Naar de SMOM andere Orders van Sint Jan is diepgaand onderzoek verricht door mijn confrère Hans Hoegen Dijkhof. Hij komt tot de navolgende conclusie in zijn proefschrift: The Legitimacy of Orders of Saint John (p.218):

“The interim conclusion is that the original Order founded around 1050, carried on till 1154, respectively 1798 and in the course of its history, Anglican and Protestant split-offs occurred. In 1798, Napoleon dissolved this original Order. Czar Paul I was then validly elected in 1798 as Grandmaster of what States and Priories have seen as the original Order continued. Then in 1803, a ‘coup d’état’ by Pope Pius VII, facilitated by Czar Alexander I and a marionet provisional Sacred Council, took place and this started a new Papal Order in 1803. The new Order started in 1798 under Czar Paul I, in principle legally remained established in St. Petersburg and carried on somehow in Russia during the rest of the 19 th century.”

Napoleon heeft deze antieke Orde dus in ieder geval in 1798 opgeheven. In 1803 heeft de Paus een nieuwe Orde gesticht met een andere naam. Ook de SMOM is dus geen rechtstreekse opvolger van de oude middeleeuwse Orde. Wel kan worden gesteld dat zij in de traditie hiervan treedt, maar daarin is de SMOM niet exclusief, zoals blijkt uit onderstaande jurisprudentie.

In 2012 verloor de SMOM een belangrijke dispuut (door de SMOM zelf getart) over de rechtmatigheid van het exclusieve gebruik van het witte Maltezer kruis. Inzet was dat de SMOM de oudste rechten op het merk- en beeldrecht had. De US Federal Appeals Court heeft in zijn uitspraak (kort samengevat) bevestigd dat de Russische en de Vaticaanse Orde van Sint Jan, voorafgaande aan 1798 dezelfde wortels hebben en dat de SMOM heeft gefraudeerd bij de registratie van haar merken en schrapte de desbetreffende registraties. De SMOM had dus niet de exclusieve historische rechten; zie:

Autoriteit?

De Hoge Raad van Adel is ingesteld bij Besluit van de Soevereine Vorst van 24 juni 1814, nr. 10. De Wet op de adeldom van 10 mei 1994 (Staatsblad 360) regelt de samenstelling en bevoegdheid van de Raad. Als vast college van advies over de uitvoering in zaken van bestuur van het Rijk (ingevolge art. 79 van de Grondwet) adviseert de Raad (www.hogeraadvanadel.nl):

  • de minister van Algemene Zaken over naamgeving, titulatuur en wapenverlening van leden van het koninklijk huis, het Rijkswapen en de Nederlandse vlag;
  • de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over adelszaken en de samenstelling en wijziging van de wapens van publiekrechtelijke lichamen;
  • de minister van Justitie over verzoeken tot naamswijziging, waarbij de namen van adellijke geslachten of van heerlijkheden betrokken zijn;
  • de minister van Defensie over ontwerpen van emblemen en medailles van de krijgsmachtsonderdelen.

Op het gebied van erkenning van Orden heeft de Raad dus geen enkele wettelijke taak. Het probleem hier is dat er geen enkele staatsautoriteit bestaat. De Kanselarij der Nederlandse Orden gaat hier immers ook niet over, zoals wellicht gedacht kan worden. De Kanselarij is bij Koninklijk Besluit (KB) van 3 juni 1844 ingesteld. Zij is de overheidsorganisatie die adviseert over voordrachten voor Koninklijke onderscheidingen en verantwoordelijk is voor het beheer en de uitgifte van Koninklijke onderscheidingen. De Kanselarij heeft de volgende taken:

  • adviseren aan de regering over het instellen of wijzigen van onderscheidingen en herinneringstekenen;
  • ondersteunen van het Kapittel voor de Civiele Orden en het Kapittel der Militaire Willems-Orde bij het adviseren over voordrachten voor Koninklijke onderscheidingen;
  • registreren en archiveren van verleende onderscheidingen;
  • verwerven, beheren en verstrekken van orde- en herinneringstekenen en bijbehorende oorkondes;
  • innemen van ordetekenen en registratie.

Het instellen van Ridderorden is dus geen taak van de Hoge Raad van Adel of de Kanselarij der Nederlandse Orden. Zij hebben dus ook geen autoriteit op het gebied van de erkenning hiervan. Maar wie is dan wel de autoriteit op dit gebied?

Echte ridderorden

Nederland kent twee soorten orden: orden die door de regering en orden die door het hoofd van de regerende dynastie persoonlijk worden toegekend. Bij het verlenen van onderscheidingen uit de eerstgenoemde categorie is het ministerieel contraseign vereist, bij de tweede categorie, de zogenoemde huisorden, niet. Hoewel de tekst dit niet uitdrukkelijk bepaalt, heeft art. 111 Grondwet (“Ridderorden worden bij de wet ingesteld.”) alleen betrekking op de eerste categorie. De drie momenteel bestaande ridderorden in deze zin zijn de Militaire Willemsorde (ingesteld bij wet van 30 april 1815, Stb. 33), de Orde van de Nederlandse Leeuw (ingesteld bij wet van 29 september 1815, Stb. 47), en de Orde van Oranje-Nassau (ingesteld bij wet van 4 april 1892, Stb. 55).

Behalve ridderorden bestaan er ook andere koninklijke onderscheidingen – niet zijnde ridderorden –, die sinds 1817 zijn ingesteld. Deze onderscheidingen dienen in het algemeen ter beloning van of  ter herinnering aan een bepaalde daad of een bepaald feit. Zij worden ingesteld bij koninklijk besluit. Een reëel verschil tussen de bij wet ingestelde ridderorden en de bij koninklijk besluit ingestelde koninklijke onderscheidingen bestaat vooral hierin dat deze laatsten geen ‘ridderorden’ in de zin van de wet zijn (zie www.nederlandrechtstaat.nl).

De Johanniter Orde, de Orde van Malta en de Duitse Orde behoren tot de door de Nederlandse regering erkende ridderlijke orden (zie: Besluit draagvolgorde onderscheidingen van 25 juli 2013). Het zijn nieuw opgerichte Orden, hetgeen destijds door de overheid bij de oprichting uitdrukkelijk werd vermeld (zie: E. Renger de Bruin, p. 599). Het zijn ook geen ridderorden.

Conclusies

Mijn conclusie is dat geen van de hiervoor genoemde Orden eerlijkerwijs kan stellen dat hij een rechtstreekse historische opvolger is van de Orde van Sint Jan uit de tijd van de kruistochten. Dat deze pretentie wel bestaat, is (diplomatiek gezegd) niet correct (www.johanniterorde.nl): “De Johanniter Orde is een Ridderlijke Orde met een protestants-christelijke grondslag. De Orde is bijna duizend jaar geleden door kruisvaarders gesticht als de Ridderlijke Orde van het Hospitaal van Sint Jan en heeft dan ook een rijke historie.

Naast de officiële ridderorden die door de wet zijn ingesteld, zijn alle “Orden” min of meer in gelijke zin legaal. De veronderstelling in de samenvatting van het onderzoek van Versélewel de Witt Hamer is dus niet correct. De Johanniters en de SMOM zijn geen “erkende” opvolgers van de oorspronkelijke orden uit de kruistochten, hoewel de Johanniter, Maltezer en Duitse Orde door de Nederlandse regering als ridderlijk zijn erkend.

Er zijn – naast de orden met enig indirect historisch fundament – veel fantasie-orden, zonder enige historische grondslag. Deze zijn (vanuit een internationaal perspectief) deels opgesomd in het standaard (maar niet foutloze) werk van Stair Sainty. De vraag naar de historische legitimiteit is dus wel interessant. Wellicht dat Versélewel de Witt Hamer hier op doelt. Het is te hopen dat de onderzoeker de moed heeft om een transparante en vernieuwende kijk op het fenomeen “ridderorde” te geven, zonder te vervallen in het nakwekken van gekleurd onderzoek van anderen. Gelet op de uitstekende reputatie van Versélewel de Witt Hamer, acht ik de kans van slagen groot.

Belangrijkste literatuur

Advertisements