Koningin Juliana, een onderschatte vorstin

Een opinie-artikeltje met deze naam wilde ik al langer schrijven. Toevallig zag ik, voordat ik er aan begon, dat er al een boek was met dezelfde titel: Juliana, een onderschatte vorstin, door journalist Bert van Nieuwenhuizen. De auteur heeft veel artikelen op zijn naam staan, die de Nederlandse monarchie als onderwerp hebben.

In zijn boek legt Van Nieuwenhuizen de nadruk op de rol die Juliana heeft gespeeld bij de wederopbouw en het sociale gezicht van Nederland. Koningin Juliana heeft vaak gezegd dat zij graag maatschappelijk werkster was geworden als zij niet tot vorstin was geroepen. De biografie van Van Nieuwenhuizen is vooral interessant omdat hij deze mede heeft gebaseerd op biografieen van politici met wie Koningin Juliana nauw heeft samengewerkt, zoals Willem Drees en Louis Beel.

Anderen zijn kritischer over de koningin en noemen haar een goede actrice: ‘Juliana hoefde alleen maar in te stappen.’ en ‘Juliana is van alle vorsten die we hebben gehad de beste actrice geweest.’ (M.G.Schenk en M.van Herk, Juliana, vorstin naast de rode loper). Naar mijn mening is dit onjuist. Makkelijk instappen en aan boord blijven was er niet bij. Denk aan het moeilijke huwelijk met Prins Bernhard, de uitdagingen van de wederopbouw, de Greet Hofmans-affaire en het huwelijk van haar dochter Beatrix, waar een deel van Nederland (achteraf volkomen misplaatst) zo veel moeite mee had. Koningin Juliana heeft het allemaal weten te doorstaan.

Een prima voorbeeld van politieke behendigheid, is de rol die Koningin Juliana speelde bij de totstandkoming van het kabinet Den Uyl. Uit recent onderzoek van politicoloog Wilfred Scholten blijkt dat de koningin deze ultra linkse politicus in het zadel heeft geholpen. Koningin Juliana was namelijk de initiatiefnemer voor de zogenaamde “inbraak van Burger”. Met deze term wordt de succesvolle poging van PvdA-informateur Jaap Burger in 1973 aangeduid om de anti-revolutionaire prominenten Boersma en De Gaay Fortman te winnen voor een progressief kabinet-Den Uyl. Daarmee legde Burger de basis voor het beruchte kabinet-Den Uyl. Hiervoor was geen parlementaire meerderheid. Burger had kans gezien Boersma en De Gaay Fortman zover te krijgen dat zij wilden toetreden tot dit kabinet. De ARP-fractie, die van niks wist, stond perplex. Boersma kreeg als ‘verrader’ een stortvloed aan verwijten over zich heen. Het beeld van de simpele ziel aan de zijde van de flashy Prins Bernhard is dus onjuist. Net als het beeld van Den Uyl overigens (maar dan omgekeerd). Terwijl Nederland de jaren zeventig in de krant las dat ‘Joop en Liesbeth’ met de caravan naar het zuiden waren afgereisd, zagen mijn ouders en ik het echtpaar in een duur hotel in Zweden de meest exclusieve gerechten naar binnen werken.

Een wederdienst van de van huis uit koningsgezinde Den Uyl was op zijn plaats. Onderzoeker Anet Bleich ontdekte dat Den Uyl in 1976 van de ’Commissie van drie’ (1) sterke aanwijzingen ontving dat Prins Bernhard zowel van vliegtuigbouwer Lockheed als van concurrent Northrop steekpenningen had aangenomen. Den Uyl heeft die informatie echter achter gehouden. Hij was bang voor een koningscrisis en natuurlijk ook voor het feit dat zijn eigen positie daarin meegezogen zou worden. Hoewel Den Uyl met zijn torenhoge belastingen ons land op de rand van de afgrond heeft gebracht, moet ik hem nageven dat hij ten aanzien van de monarchie de juiste keuzes heeft gemaakt. De politiek van Den Uyl was een “afschrikwekkend voorbeeld van socialistisch beleid” (premier Rutte op BNR Radio, 25 augustus 2012), maar Den Uyl heeft (uit dankbaarheid) de monarchie wel gered.

Bij mij roept dit alles de vraag op waarom Koningin Juliana zo graag Den Uyl aan het roer wilde. Ik kan er geen eenduidige verklaring voor vinden. Ik denk dat Koningin Juliana oprecht geloofde in de linkse ideeën van Den Uyl. Zij vond het mooi om Koningin te zijn maar hechtte ook veel waarde aan een sociale samenleving. Uiteindelijk ben ik van mening dat Koningin Juliana onder de meest moeilijke omstandigheden haar rol als staatshoofd op een prima wijze invulling heeft gegeven.

Geraadpleegde Literatuur

  • W. Scholten, Mooie Barend. Biografie van B.W. Biesheuvel 1920-2001 (Uitgeverij Bert Bakker; Amsterdam 2012)
  • A. Bleich, Joop den Uyl 1919-1987. Dromer en doordouwer (Uitgeverij Balans; Amsterdam 2008)
  • B. van Nieuwenhuizen, Juliana, een onderschatte vorstin (Uitgeverij Oorsprong; Deventer 2010)

Noot

(1) Voorzitter van de Commissie van Drie was mr. A.M Donner, rechter bij het Europees Hof van Justitie. De overige leden waren dr. M.W. Holtrop (voormalig president van De Nederlandsche Bank) en de president van de Algemene Rekenkamer, drs. H. Peschar.

Trivia

  • Holtrop (1902 – 1988) was op 30 aug. 1926 gehuwd met Josina Juchter (1901-1965). Uit dit huwelijk werden twee zoons en een dochter geboren.
  • PvdA-man-Peschar was in 1965 een van de vier leden van de PvdA-fractie die tegen de Toestemmingswet voor het huwelijk van prinses Beatrix en Claus van Amsberg stemden. Peschar had echter minder moeite met het accepteren van een koninklijke onderscheiding. Hij was Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau.
  • De prinsen-titel voor Pieter van Vollenhoven stuitte destijds op politieke bezwaren. Op 25 maart 1966 schrijft minister-president (14 april 1965 tot 22 november 1966) Jo Cals ‘Allen tegen titel Prins der Nederlanden,’ behalve minister van Defensie De Jong, ‘die overigens geen uitgesproken voorkeur heeft.’ Verder zijn de bewindslieden tegen de verheffing van Pieter in de adelstand. De Hoge Raad van Adel was voor verheffing. Koningin Juliana was ook tegen: ‘Kwalificatie Prins der Nederlanden te hoog’, wel mag Pieter ‘lid van ons Huis’ worden. De koningin wijst een compromisvoorstel af om Pieter dan toch ‘Graaf van Buren’ te laten worden: ‘Dat is een on-Hollandse oplossing.’ (bron: Nationaal Archief). Enige decennia later werd daar gelukkig anders over gedacht bij de verlening van titels aan zijn kinderen.
Advertenties